Literatuur

 

                               “Wandeling door de literatuur”

o.l.v. de heer Joost Minnaard

 

Tijd

Dinsdagochtend van 10.00 uur – 12.00 uur

Data

2 okt. 6 nov. 18 dec. 2018, 15 jan. 26 febr. 2019

Locatie

De Postelse Hoeve

Kosten

€ 28,00 exclusief  hand-outs

Hand-outs

€ 4,00

Gastvrouw

Rita Hilhorst tel:  06 – 49 91 66 09

 

Ik lees graag, maar wat als ik het boek uit heb?

Een wandeling door de literatuur, in vijf boeken.

 

Het lezen van een boek doe je meestal in je eentje: ‘Met een boekje in een hoekje’. Sterker nog, als je bijvoorbeeld een roman geboeid leest, gun je jezelf dikwijls niet eens de tijd na te denken over hetgeen je leest. Je wilt het boek zo snel mogelijk uitlezen.

En dan ….?

Dan is er bij het K.V.G, afdeling Tilburg de tijd om het boek nog eens de revue te laten passeren, in het gezelschap van anderen die het boek ook lazen.

Het boek geeft stof tot praten over het thema, het boek kan verwijzen naar uiteenlopende zaken op zowel het culturele vlak als in de maatschappij. Literatuur gaat altijd over mensen. Kortom, vragen te over.  

 

Onder (bege)leiding van drs. Joost Minnaard gaan we in het seizoen 2018 – 2019 weer een vijftal boeken met elkaar bespreken. Joost Minnaard, studeerde Nederlandse taal-en letterkunde aan de (rijks)universiteit Utrecht. Daarna gaf hij jarenlang Nederlands op de tweede en eerste graads lerarenopleidingen van Fontys Hogescholen en haar rechtsvoorgangers. Hij begeleidt leesclubs en heeft een ruime ervaring in het interviewen van auteurs.

 

We besteden uiteraard aandacht aan de inhoud en de vorm.

Op welke wijze zijn deze een geheel? Verwijst het boek naar andere uitingen van kunst? Verwijst het naar de samenleving en de geschiedenis van die samenleving en wat kan het boek voor ons, lezers, betekenen?

Is er in het boek een tendens zichtbaar die we ook bij andere boeken aantreffen? Etc. etc.

Iedere bijeenkomst besteden we ook aandacht aan een of meer gedichten, als afsluiter.

 

De boeken voor de eerste 3 bijeenkomsten zijn bekend. Op de eerste bijeenkomst worden de overige boeken genoemd.

 

Het biedt de mogelijkheid om de te verschijnen boeken alsnog op te nemen.

 

 

 

De acht bergen;  Paolo Cognetti

‘ [De acht bergen] is een indringend en klassiek verhaal, gesitueerd in de Italiaanse Alpen, over de ongenaakbaarheid van de natuur en het lot, over het leven, de liefde en de dood.’ (Omslagtekst losbladige achterflap De acht bergen)

 

 

Paolo Cognetti, De acht bergen. Amsterdam, 2017. 8e  dr. De Bezige Bij

 

KVG 2018– 2019

(Nederlandse) literatuur

 

Joost Minnaard

 

Inleiding

In deze hand out besteed ik aandacht aan de volgende onderwerpen, na eerst wat informatie over de auteur Paolo Cognetti: uiteraard aandacht voor de inhoud, vormaspecten als de structuur, het perspectief etc. Wat volgt is als het ware een leesverslag waarin ik een groot aantal passages naar voren haal. Deze komen uiteindelijk, als het goed is, allemaal samen in de thematiek die in deze roman aan de orde is. Tenslotte een poging een antwoord te geven op de vraag waarom deze roman zo uiterst succesvol is, world wide.

Het is in dit verband ook de moeite waard aandacht te besteden aan De buitenjongen.

 

  •      Kun je het bovenstaande concretiseren na het lezen van de roman?
  •       Een typisch Italiaanse roman? (denk bijvoorbeeld aan De Napolitaanse romans van Elena Ferrante)

 

Over de auteur Paolo Cognetti

Paolo Cognetti (1978) is schrijver en documentairemaker. Hij brak definitief door met de roman [Le otto montagne] De acht bergen (2016). De rechten zijn aan bijna veertig landen verkocht. Het boek is bekroond met o.a. de prestigieuze Premio Strega. In 2013 verscheen in Italië Il ragazzo selvatico, dat in 2018 in Nederland verscheen met als titel De buitenjongen.

 

De acht bergen

Omslag: tekst en illustratie

De tekst op de losbladige omslag geeft vooral aan waar de roman over zal gaan, zonder op de inhoud van het vervolg nader in te gaan. Die tekst sluit af met: ‘De elfjarige Pietro raakt […] bevriend met de even oude Bruno, die voor de koeien zorgt. Hun zomers vullen zich met eindeloze wandelingen door de bergen en zoektochten door verlaten huizen en oude molens, en er bloeit een ogenschijnlijk onverwoestbare vriendschap op.’  

  •       Mee eens?

Let eens op de illustratie op de omslag.

  •       Goed gekozen?
  •       Wat herken je daar wel of niet in, na de roman te hebben gelezen?

Voorts een paar lovende citaten uit de pers over dit boek. ‘Een mooie, weemoedige coming-of-ageroman, landschap, thematiek en metaforen vormen samen een krachtig geheel.’ (De Standaard)

  •      Kun je bovenstaand citaat duiden?

 

Motto:

‘Vaarwel, vaarwel. Maar ik vertel

U dit, gij gast van ’t feest.

Hij bidt oprecht die liefde hecht

Aan vogel, mens of beest.’

(S. T. Coleridge, De ballade van de oude zeeman)

 

Direct na de roman staat aangegeven aan wie het boek is opgedragen:

Fontane 2014 – 2016

[Fontane is het bergdorp waar de schrijver in die periode verbleef. Dit valt op te maken bij het lezen van het autobiografische egodocument De buitenjongen]

‘Dit verhaal is voor de vriend die me ertoe inspireerde, door me paden te laten zien waar die niet waren. En voor de Trouw en de Fortuin die het vanaf dag één hebben bewaakt. Met alle liefde die mij is.’

  • Zijn motto en opdracht duidelijk voor jou als lezer?

Structuur / Inhoud

 

De acht bergen bestaat uit een soort van proloog, gevolgd door drie delen, elk met een titel: De bergen uit mijn kindertijd; Het huis van verzoening; De winter van een vriend. Elk van die drie delen kent vier hoofdstukken, zonder titel. De nummering van de hoofdstukken loopt gewoon door. De hoofdstukken op zich kennen een gelaagdheid, in die zin dat ze uit verschillende gedeelten kunnen bestaan.

 

Het verhaal is geschreven in de ik-vorm. Een verteller die als het ware terugkijkt. Dit perspectief brengt met zich mee dat de verteller niet alwetend is. Je komt bijvoorbeeld zinnetjes tegen als: ‘Van mijn doop op de gletsjer herinner ik me dit: […]’ (blz. 55) In de literatuurwetenschap wordt dienaangaande wel eens het onderscheid gemaakt tussen de vertellende ik en de belevende ik.

 

(Proloog)

 

De ik-figuur beschrijft zijn ouders, die nogal van elkaar verschillen en hij verklaart die tegenstelling als volgt: ‘Ik denk dat het tegengestelde reacties waren op eenzelfde gevoel van nostalgie. […] Hun eerste bergen, hun eerste liefde, waren de Dolomieten geweest.’ (blz. 7 – 8) Hun ‘berghuwelijk was de stichtingsmythe van ons gezin.’(blz. 8) Zij vluchtten als het ware weg uit de streek waar ze vandaan komen, de Veneto. Voor de ik (Pietro) is de familie waaruit zij afkomstig zijn, duister en met geheimen omhuld. Het gezin woont in Milaan (‘Hier beneden had je fabrieken in beroering, overvolle sociale huurflats, straatrellen, mishandelde kinderen en tienermoeders […]’ blz. 13) In de vakantie gaat het gezin de bergen in: ‘Zij gingen niet naar het oosten [de Dolomieten], waar ze vandaan waren gekomen, maar naar het westen, alsof ze hun vlucht voortzetten: richting […] Val d’ Aosta, hogere en ongenaakbare bergen.’ (blz. 13) Als de vader er is, trekt hij erop uit, bergtochten maken. De moeder is totaal anders: ‘Als mijn vader weg was, vond ze het leuk om met me te gaan wandelen, een kop koffie te drinken op het plein, ergens in een wei te gaan zittenen me een boek voor te lezen, een praatje aan te knopen met voorbijgangers.’ (blz. 15) Van zijn vader heeft de ik als kind de wil om ook de bergen in te gaan. ‘Ik wil met jou mee, had ik geantwoord, althans dat beweerde hij: maar misschien zei hij het alleen omdat hij zich dat graag herinnerde.’(blz. 16)

  • Waarom zou de verteller zo uitgebreid in gaan op de beide ouders?
  •  Wat zou je allemaal kunnen afleiden uit die ‘proloog’ (nadat je het boek hebt gelezen)?

Deel I De bergen uit mijn kindertijd

 

De verteller beschrijft in dit deel zijn jaren als jongen van elf tot en met zestien jaar; steeds een bepaalde fase uit zijn leven, in logische, chronologische volgorde.

 

Op aandringen van de moeder huurt het gezin voortaan, ieder jaar, een hut in het bergdorp Grana, waar Pietro met zijn moeder verblijft. De vader komt alleen in de vakanties over of in de weekenden. Over de kennismaking met die hut door de vader schrijft de ik het volgende: ‘Voor hem was elk huis hetzelfde, en de dag daarna moest hij weer naar kantoor. Hij stond op het balkon te roken, zijn handen op de ruwhouten balustrade, zijn blik op de bergtoppen gericht. Het leek alsof hij ze bestudeerde om erachter te komen vanwaar hij de bestorming moest inzetten.’(blz. 22)

  •  Wat zegt dat over diens karakter?

Met de hulp van zijn moeder sluit Pietro vriendschap met de even oude Bruno: ‘Waarom sluit je geen vriendschap met hem?’ vroeg mijn moeder op een avond, bij de kachel. […] ‘Hoe dan?’ zei ik. ‘Ik weet niet wat ik moet zeggen.’ ’Je zegt gewoon hoi. Je vraagt hoe hij heet. Je vraagt hoe zijn koeien heten.’ […] ‘Het is ook niet zo belangrijk.’ zei ik even later. ‘Wat is niet belangrijk?’ ‘Vriendschap sluiten. Ik ben net zo lief alleen’. ‘O ja?’ zei mijn moeder. […] Dus besloot ze me te helpen. […] Een paar dagen later trof ik de jongen van de koeien in de keuken aan, waar hij op mijn stoel zat te ontbijten. Ik rook hem eerlijk gezegd eerder dan ik hem zag, want om hem heen hing die typische geur van stal, hooi, gestremde melk, vochtige aarde en houtvuur die voor mij sindsdien de geur van de bergen is en die ik in elk berggebied ter wereld weer ben tegengekomen.’(blz. 25 – 26) De beide jongens trekken voortaan veelvuldig met elkaar op.

  • Wat zegt dat over het karakter van moeder en zoon?

De vader neemt Pietro mee de bergen in. ‘Ik weet niet welke veranderingen mijn vader dat jaar [1984] bij me had waargenomen, maar hij besloot dat het moment was aangebroken om me mee te nemen. […] en zo maakte ik kennis met mijn vaders manier om de bergen in te trekken, het enige wat hij me heeft meegegeven dat een beetje in de buurt kwam van een opvoeding.’(blz.38) Van zijn moeder leert Pietro namen van planten en dieren. De vader ziet het bos daarentegen uitsluitend als toegangspoort tot het hooggebergte: ’ […] we wandelden met onze blik naar de grond gericht, gefocust op de cadans van onze benen, onze longen en ons hart, ieder in zijn eigen, woordloze relatie tot zijn vermoeidheid.’(blz. 39) In dat hooggebergte, aldus de vader, ‘[…] is helemaal niemand nog in staat […] daar ’s winters te leven, […] zo helemaal op jezelf aangewezen wat voedsel en bestaansmiddelen betreft, […]’ (blz. 40)

  •  Hoe kijk je tegen deze laatste opmerking van de ik aan, nadat je de roman helemaal hebt gelezen?

Er ontstaat iets meer begrip voor de vader wanneer deze per direct besluit terug te keren naar het dal, als Pietro tijdens een klim onwel is geworden. Bruno liep ook mee, op weg naar de gletsjers in het hooggebergte. Zo begrijpt hij nu ook beter het heimwee van de vader in de winter. De bergen in trekken met Bruno is van een andere orde:  ‘Met Bruno de bergen in had niets te maken het bedwingen van toppen.’(blz. 61 – 62) Van hem leert hij ook het dialect ‘dat ik passender vond dan het Italiaans, alsof ik in de bergen de abstracte taal uit boeken moest vervangen door de concrete taal der dingen, nu ik die met eigen ogen zag. […] Een overhangende rots waaronder je kunt schuilen voor de regen was een barma. Een steen was een berio en dat was ik, Pietro, van het Griekse petros, dat rots betekent: ik was erg blij met die nieuwe naam.’(blz. 62) Bruno brengt hem in een van die zomers naar een bergmeer, verscholen in een kom.

  • Wat voor een rol spelen die barma en dat bergmeer in het verdere verloop van de roman?

Pietro zet evenwel door met het bergbeklimmen, samen met zijn vader, alhoewel het ’een vorm van bergbeklimmen die niets avontuurlijks meer had. Het was domweg de ene voet voor de andere zetten en je hart uit je lijf kotsen tot je op de top was. Ik haatte het, en elke keer weer haatte ik ook die witte woestenij, en toch was ik trots op mijn vierduizenders, alsof het bewijzen van moed waren.’ (blz. 72 – 73) Iets van afkeer blijkt ook wanneer hij leest wat zijn vader, trots als die is op zijn zoon, in een boek boven op een berg heeft geschreven (‘bergretoriek’). ‘Als het daarboven een paradijs was, waarom bleven we er dan niet wonen? Waarom haalden we er een vriend weg die eer was geboren en getogen? En als de stad vreselijk was, waarom dwongen we hem dan om bij ons te komen wonen? Dát had ik mijn vader willen vragen. En mijn moeder ook trouwens. Hoe kunnen jullie zo zeker weten wat goed is voor het leven van een ander? Hoe kan het dat jullie je niet afvragen of hij het zelf misschien niet beter weet?’ (blz. 74) De beide ouders bekommeren zich namelijk ook om Bruno. Zijn moeder geeft hem les en er zijn plannen om hem naar Milaan te laten komen. Een handgemeen tussen de vaders van Pietro en Bruno  (de vader van Pietro krijgt een stomp) maakt echter een einde aan dat plan. Pietro wordt ouder en weigert op een gegeven moment zelfs met zijn vader mee te gaan kamperen in de bergen. ‘Die stomp kreeg ik niet meer uit mijn hoofd totdat ik twee jaar later de moed had er zelf een uit te delen. Het was eerlijk gezegd de eerste in een hele reeks, en de hardste klappen zou ik op later datum in het laagland uitdelen, maar nu lijkt het me passend mijn rebels jaren te laten beginnen in de bergen, net als al het andere dat ooit iets voor me heeft betekend. Op zich stelde het niets voor: ik was zestien en op een dag besloot mijn vader me mee uit kamperen te nemen.’ (blz. 79) Hij trekt nu liever op met leeftijdgenoten met wie hij ook de bergen ingaat. Daarbij loopt hij zelf echter ook een afstraffing op. Van Bruno neemt hij aan het einde van die zomer afscheid: Pietro loopt alleen terug naar het dal na afscheid van Bruno te hebben genomen. ’Toen kon ik dat niet weten, maar het zou heel lang duren voordat we elkaar terugzagen. Het jaar erop zou ik zeventien worden en slechts voor een paar dagen naar Grana komen, en daarna zou ik helemaal ophouden erheen te gaan. De toekomst verwijderde me van de bergen uit mijn kindertijd: het was treurig en mooi en onvermijdelijk, dat realiseerde ik me toen al wél.’ (blz. 95)

  • Hoe interpreteer je die laatste zin uit bovenstaande passage? Welke parallel valt je op?
  • Wat zou je kunnen opmerken over de manier van schrijven van Paolo Cognetti na het lezen van dat eerste deel?
  • Op wat voor een wijze wordt de natuur bijvoorbeeld beschreven?

Deel II Het huis van verzoening

 

Het is het jaar 2004. Dit tweede deel begint als volgt: ‘Mijn vader stierf [let op de wijze waarop –zie blz. 102] toen hij tweeënzestig was, en ik eenendertig. Pas tijdens de begrafenis besefte ik dat ik net zo oud was als hij toen ik werd geboren. Maar ik leek op mijn eenendertigste niet erg op hem toen hij eenendertig was: […]’ (blz. 99)

  • De verteller vermeldt de dood van de vader direct in het begin. Verderop beschrijft hij deze dan wat uitvoeriger. Je komt deze manier van schrijven meer tegen in deze roman. In De Napolitaanse romans van Elena Ferrante zie je herhaaldelijk zo’n manier van schrijven.

De band met zijn vader was in die laatste jaren min of meer verbroken.  ‘Hij was deels de man die ik kende en deels een ander, die ik ontdekte in mijn moeders brieven. Naar die ander was ik nieuwsgierig. Ik herinnerde me dat ik soms een zekere breekbaarheid bij hem had bespeurd, bepaalde momenten van ontreddering die hij dan schielijk verborg. […] Ik dacht bij mezelf dat die andere vader er misschien altijd was geweest, maar dat ik die nooit had opgemerkt omdat die enen zo overheersend was, en langzamerhand kreeg ik het idee dat ik het in de toekomst wellicht weer eens met hem zou moeten, of kunnen proberen.’(blz. 102) De vader laat aan zijn zoon een perceel grond na, in de bergen bij Grana. Bruno, die hij al die jaren niet meer heeft gezien, leidt hem naar die plek toe.

  • Naar wat uit het eerste deel verwijst dit alles?

Er bevindt zich op die plek een bouwsel, tegen een rots aan geklemd: de barma. ‘Ik bleef een tijdje om me heen zitten kijken en dacht na over de betekenis van die erfenis. Mijn vader, uitgerekend hij, die zijn leven lang huizen was ontvlucht, had het verlangen gekoesterd om er hier boven een te bouwen.’ (blz. 115 – 116). Bruno stelt voor er een huis te bouwen. ‘Er bekroop me een gevoel van onvermijdelijkheid: om redenen die ik niet kende had mijn vader gewild dat ik hiernaartoe zou komen, naar dit door lawines geteisterd plateau onder die vreemde rotswand, om samen met deze man aan die bouwval te werken. En ik dacht bij mezelf: oké, pa, kom maar op met je raadsel. Laten we eens kijken wat je voor me in petto hebt. Laten we eens kijken wat er voor nieuws te leren valt.’(blz. 117)

  • Het openingshoofdstuk wijst terug en voor uit. Op welke wijze?
  • Wat voor een rol speelt de moeder in dit deel?

 

De bouw, en die erfenis doen Pietro niet alleen denken aan zijn vader, maar ook aan wat zijn vader mogelijk in gedachten had met betrekking tot Bruno, met wie hij veel optrok in de jaren dat Pietro niet meer in de bergen kwam. ‘Tot dan toe had ik gedacht dat ik daar alleen voor mijn vader was: om zijn laatste wensen te vervullen, om mijn fouten goed te maken. Maar toen ik Bruno de denkbeeldige zeis zag slijpen, zag ik de erfenis die ik had gekregen veeleer als een soort schadeloosstelling, of een tweede kans voor onze onderbroken vriendschap. Was dat wat mijn vader me had willen meegeven?’ (blz. 122) Voor Pietro, met andere woorden, een vorm van ‘terugkeer’ en ‘verzoening’ (blz. 137) Zijn moeder vertelt hem het verhaal over haarzelf, zijn vader en de familie.

  • Tot wat voor een conclusie komt Pietro na dit verhaal aangehoord te hebben?
  • Wat zeggen fragmenten als deze over de vorm  (en natuurlijk de inhoud) van de roman?

Pietro klimt tot boven de boomgrens, op weg naar de top,  - vlak daarvoor: ‘Daar ontvouwde zich hey uitzicht op  […], de zonzijde: onder me lag, na een rotsband, een lang stuk grasland dat glooiend afdaalde naar een almdorp en een wei met hier en daar een koe. Ik had het gevoel dat ik me ineens duizend meter lager bevond, of dat het een ander jaargetijde was. […] De twee meren onder me waren door het perspectief nu een tweeling geworden. Ik zocht naar het huis dat Bruno en ik aan het bouwen waren, maar misschien was ik al te hoog, of misschien versmolt het met de omgeving, want ik kon het niet onderscheiden van de berg die er de bouwstenen voor had geleverd. […] maar ik da zin om te klimmen en voorzag geen grote problemen, […] Na al die jaren legde ik mijn handen weer op de rotsen, zocht steunpunten voor mijn voeten en trok me op. […] Al snel verloor ik elk besef van tijd. Ik lette niet op de bergen om me heen, noch op de twee zo uiteenlopende werelden die daar onder me gaapten: alleen de rots vóór me bestond, en mijn handen en voeten. Totdat ik een punt bereikte waar ik niet hoger kon, en me alleen daardoor realiseerde dat ik op de top was.’ (blz. 149 - 150) - waar hij in een blikken doos een schrift vindt met opmerkingen van bergbeklimmers, onder wie ook die van zijn vader.

  • Wat kun je opmerken over de wijze waarop de ik-verteller de natuur beschrijft?

De vader had het over dromen om in het hooggebergte te blijven en niet terug te hoeven keren naar het dal. Het brengt Pietro tot het volgende: ‘Misschien leefden Bruno en ik […] in de droom van mijn vader. We hadden elkaar weer teruggevonden in een pauze van ons beider bestaan: zo een die het ene tijdperk afsluit en het volgende inluidt – al zouden we dat pas later begrijpen.’ (blz. 154) In september is het huis af. Pietro heeft een verlangen te gaan reizen, waarop Bruno als volgt reageert: ‘Nee, dat is niets voor mij, ‘zei hij. ‘Jij bent degene die komt en gaat, ik ben degene die blijft. Zoals altijd, toch?’(blz. 159) Het huis, waarvan Pietro vindt dat het ook van Bruno is – dat zou zijn vader hebben gewild, is zijn overtuiging- krijgt de naam van de vader als opschrift, met de toevoeging: ‘De herinnering is het mooiste toevluchtsoord.’(blz. 160)

  • Wat kun je concluderen over de rol van de ouders van Pietro inzake de vriendschap tussen Pietro en Bruno?

Deel III De winter van een vriend

 

Pietro verblijft met een vriendin, Lara, in de barma. Hij is echter niet in staat een langdurige relatie met haar aan te gaan. Zij voelt zich op haar beurt aangetrokken tot Bruno, met wie zij samen gaat wonen in de bergen bij Grana, koeien hoedt en kaas maakt. Pietro vertrekt naar Nepal. Hij heeft het idee ‘dat ik hier de bergbeschaving had teruggevonden die bij ons was uitgestorven. Ik zag geen enkele bouwval langs het pad.’ (blz. 173) Hij voelt zich er thuis. ‘Ook hier, dacht ik bij mezelf, waar het bos ophoudt en er niets anders rest dan weiden en puinhellingen, ben ik thuis. Het is de hoogtelijn waartoe ik behoor, en die maakt dat ik me goed voel.’ (blz. 176) Naar de barma neemt hij gebedsvlaggetjes mee. ‘Mijn herinneringen leken op die lapjes, levendig en warm, en mijn oude bergen kwamen me voor als desolater dan ooit. Als ik ging wandelen, zag ik niets anders dan bouwvallen en ruïnes.’ (blz. 176) Bruno vertelt hem over zijn dromen, over het melken met de hand en het stremselmysterie, ontdekt door een wildeman, deels dier, deels mens (‘omo servadzo’) Pietro is graag alleen: ‘Ik had het gevoel dat ik het bergleven pas kon bevatten als er geen mensen waren. Ik verstoorde het niet, ik was een gewaardeerde gast; en dan wist ik weer dat ik me daar nooit alleen zou voelen.’(blz. 184) Bruno ‘wilde niet weten wat ik al die maanden had uitgespookt. Hij vertelde over vossen en adelaars en konijnen en kippen en deed zoals altijd of de stad niet bestond en of ik elders niet nog een ander leven had: onze vriendschap woonde op die berg, en wat er beneden gebeurde mocht daar niet aan raken.’ (blz. 192) Pietro ziet na in Nepal te zijn geweest Bruno een beetje als de bewaker van de ruïnes in de bergen.

  • Hoe kijk je aan tegen deze ontwikkeling in de vriendschap tussen Pietro en Bruno?

In Nepal vertelt een oude Nepalees het verhaal over de acht bergen: ‘[…] Wij zeggen dat er in het centrum van de wereld een heel hoge berg staat, de Sumeru. Rond de Sumeru bevinden zich acht bergen en acht zeeën. Dat is voor ons de wereld. […] ’En we zeggen: wie zal meer hebben geleerd, hij die de tocht langs de acht bergen heeft gemaakt of hij die de top van de berg Sumeru heeft bereikt?’ De kippendrager keek me aan en glimlachte. Ik ook, want ik vond het een leuk verhaal en dacht dat ik het begreep. […] Goh, dacht ik bij mezelf, dit moet ik aan Bruno vertellen.’ (blz. 166)

 

Als hij in 2010 terugkeert is de economische crisis uitgebroken. Bruno en Lara hebben inmiddels een dochter. Pietro vraagt zich af wat zijn vader zou hebben gedacht hen zo bij elkaar te zien, alsof zij twee broers waren.

  • Naar welk beroemd verhaal verwijst dat beeld van de twee broers op blz. 203 naar?

Pietro vertelt Bruno het verhaal van de acht bergen. ‘Dus dan zou jij degene zijn die de acht bergen langs gaat en ik degene die naar de top van de Sumeru klimt?’ vroeg hij me toe ik was uitverteld. ‘Dat lijkt er wel op ,ja.’ ’En wie van de twee brengt iets goeds tot stand?’’ ‘Jij, ‘ antwoordde ik . Niet alleen omdat ik dat echt geloofde. Ik denk ook dat hij dat ook wel wist.’ (blz. 209)

 

Aan de relatie van Bruno met Lara komt een einde. Het boerenbedrijfje gaat failliet. Pietro hoort hiervan op zijn reis door Nepal. Hij keert terug naar Grana om Bruno die nu in de barma is gaan wonen, bij te kunnen staan. ‘Maar in Grana begon de winter, en ik bedacht dat ik die daar nog nooit had meegemaakt.’ (blz. 213)

  • Hoe lees je deze afsluitende zin van het voorlaatste hoofdstuk?

Evenwel ‘Ik zat eigenlijk te wachten op iets – wat wist ik niet eens – dat niet gebeurde: ik was uit Nepal teruggekomen om mijn vriend bij te staan en nu leek mijn vriend me helemaal niet nodig te hebben. Als ik hem iets vroeg, ging hij er niet op in en gaf alleen maar een vaag antwoord dat elke eventuele conversatie in de kiem smoorde.’(blz. 218) Hem over te halen eens naar beneden te gaan  en zijn leven te veranderen, lukt Pietro niet. Deze gaat in december Anita opzoeken. ’Het landschap was niet zo heel anders dan dat rond Grana, en terwijl ik daar reed bedacht ik dat alle bergen op een of andere manier op elkaar lijken; maar er was daar niets wat me aan mezelf herinnerde of aan iemand van wie ik had gehouden, en daarin zat het verschil. De manier waarop een plek je geschiedenis bewaakte. Hoe je die, elke keer dat je er kwam, kon teruglezen. Daar kon er maar één van zijn, van zo’n berg, in je leven, en in vergelijking met die ene vielen alle andere in het niet, zelfs die van de Himalaya.’ (blz. 224)

  • Hoe interpreteer je deze passage, mede ook in het licht van het slot van de roman?

Eind december 2014 valt er ontzettend veel sneeuw. Pietro zoekt Bruno weer op in de barma, waar deze aangeeft nooit een eigen bedrijf had moeten beginnen, maar gewoon koeherder had moeten blijven. Ze zijn getuige van een lawine, vlak langs hen heen. Voor de tweede keer gaat Pietro nu weg terwijl hij nogmaals vraagt aan Bruno mee te gaan. ‘Hij antwoordt: ‘je moet over mij niet inzitten. Deze berg heeft me nog nooit kwaad berokkend.’ (blz. 236)

 

Weer in Nepal krijgt hij bericht van Lara dat Bruno wordt vermist, en dat hij niet is gevonden in de sneeuw.  ‘Maar wie had hij buiten mij dan wel gekend op deze wereld? Vroeg ik mezelf af. En wie had mij gekend, behalve Bruno? Als dat wat wij gedeeld hadden voor ieder ander geheim was, wat restte daar van nu een van ons tweeën er niet meer was?’ (blz.238) De manier waarop Bruno en hij door de bergen liepen, is de enige manier om hun geheim te koesteren. De barma zal het niet overleven, zo weet Pietro. ‘Lang nadat ik was opgehouden mijn vaders paden na te lopen, had ik van hem [Bruno] geleerd dat er in sommige levens bergen bestaan waar je niet naar terug kunt keren. Dat je in levens als het mijne en het zijne niet terug kunt naar de berg die het middelpunt is van alle andere, en het begin van je eigen geschiedenis. En dat mensen zoals wij, die op de eerste en hoogste berg een vriend hebben verloren, niets anders rest dan dwalen over de acht bergen.’ (blz. 239)

  •  Hoe interpreteer je dit slot van de roman?
  • Wat kun je nu opmerken over vorm en daaraan gekoppeld de inhoud van de roman?

•  Motieven en thematiek

De motieven vormen als het ware de bouwstenen van een roman om tot het vaststellen van het thema te komen. In deze roman kunnen we aan bovenstaand leesverslag o.a. de volgende noemen:

De beide ouders: van het oosten naar de stad, en van daaruit naar het westen, de bergen in.

De zoon in het gezin; het karakter van de vader en dat van de moeder vormen hem.’

De vriendschap met Bruno; de manier waarop Bruno berg en natuur benadert.

De natuur; ’bergbeschaving’

Verwijdering met de vader; diens dood en erfenis

Bruno: omo servadzo (It: uomo selvatico)

Verhaal van de acht bergen

 

Brengen we die motieven samen, dan zien we het thema:  de boven aangehaalde flaptekst geeft het thema goed weer: ‘ [De acht bergen] is een indringend en klassiek verhaal, gesitueerd in de Italiaanse Alpen, over de ongenaakbaarheid van de natuur en het lot, over het leven, de liefde en de dood.’ (Omslagtekst losbladige achterflap De acht bergen)

  •  Op welke wijze vul je ‘klassiek verhaal’ nader in?
  • In hoeverre bepaalt het verhaal van de acht bergen het thema nader?
  •  Interviews; De buitenjongen

Over schrijver en boek is veel te vinden op het internet. Zie bijvoorbeeld de interviews en /of de berichten over zijn ‘optredens’ in Nederland of Italië.

 

In een interview op Tzum Literair weblog zegt de schrijver het volgende:

‘Ik heb in de bergen echt mijn eigen wereld gevonden, de omgeving die ik nodig heb om te kunnen schrijven, om me te kunnen verbeelden. Er komt in de tekst een teken voor: een cirkel opgedeeld met twee kruizen erin zodat er acht taartpunten ontstaan. Dat staat symbool voor de twee verschillende manieren om naar de bergen te kijken, naar het leven te kijken. Wij westerlingen beginnen met een kruis, delen dat nogmaals met een kruis en trekken er dan een cirkel omheen. Het is de verticale benadering, omhoog, naar de top alwaar het kruis staat. De oosterling begint deze tekening met een cirkel, de horizontale manier van verering van de bergen. Oosterlingen lopen bij bedevaarten rond de bergen, maken in het leven ook vaak omtrekkende beweging. Ze kijken niet omhoog, maar om zich heen. De top van de vader van Pietro is het doel, iets dat eigenlijk alleen maar tot een teleurstelling, tot een anticlimax kan leiden. Je kunt nu eenmaal niet verder, niet hogerop. De cirkel is Pietro’s moeder. Zij wil leven op de hoogvlakten waar de weiden en de meertjes  zijn, zij heeft niet veel met de kale top boven de boomgrens. De vriendschap van Pietro en Bruno kan alleen maar bestaan in de bergen. Ze zijn beiden buitenstaanders, vinden alleen daar een plek waar ze helemaal zichzelf kunnen zijn. In de stad speelt Pietro toch een rol, en Bruno, de laatste echte bergbewoner, heeft daar al helemaal niets te zoeken.’

 

Cognetti belicht hier ook de rol en betekenis van de moeder, iets dat in de recensies niet of nauwelijks naar voren komt.

 

Onlangs verscheen in het Nederlands van deze auteur De buitenjongen (2018) dat in Italië reeds in 2013 was verschenen, dus voor De acht bergen, met als titel Il ragazzo selvatico. De ondertitel – in het Nederlands weggelaten – luidt als volgt: Quaderno di montagna = Schrift voor in de bergen.

  • Waar doet de Italiaanse titel je aan denken?

De buitenjongen is autobiografisch en verhaalt over het verblijf in de bergen van Paolo Cognetti. Het bevat eigenlijk van alles: beschrijvingen van de natuur in het berglandschap; eenzaamheid van de schrijver; de contacten met en de herinnering aan andere personen; de literatuur die hij leest; lawines; een barma enzovoort. Het is het ‘aangename als het teleurstellende’ van dit boekje, om met recensent Edwin Krijgsman te spreken in zijn recensie Cognetti loopt zich warm in de Volkskrant van 23 juni 2018.

 

Zo kun je gemakkelijk achterhalen op welke drie personen de figuur van het personage Bruno is gemodelleerd. Voor de lezers van De buitenjongen: Remigio, van wie het huis in de bergen wordt gehuurd, Gabriele, een herder die in de bergen woont en de herinnering aan de kliminstructeur uit zijn jeugd: Renzo.  Over een erfenis die Remigio van zijn vader heeft overgehouden: ‘Vlak voordat hij [de vader] stierf, had zijn vader een vervallen almhut aan hem vermaakt, midden in een weiland. Beneden een kleine stal, boven een kamer, kromgetrokken en scheve dakspanen van larikshout, de muren zwart van de rook en vol aangekoekte mest. Hij had verder niets over die mysterieuze gift gezegd. Daarna was hij gestorven. Jaren later had Remigio de betekenis ervan zelf uitgedokterd, en om zijn schuldgevoel te verlichten had hij twee zomers besteed aan het opknappen van de bouwval.’ (blz. 76)

 

Ten slotte

Zou je kunnen aangeven waar het wereldwijde succes van deze roman aan te danken zou kunnen zijn?

 

Een eskimogezin

 

hun wereld is beperkt en

zelden veel te zien tellen

zij 11 ‘een op de eerste voet’

en zijn zij 20 zelf ‘de hele persoon’

 

hun huis van blokken sneeuw

gebouwd is ongeschikt voor

bezitsvorming te koud voor

privacy en kan niet worden verkocht

 

als het raam – van helder

water – smelt pakt het kind

zijn beer de vader zijn gewee.sr

moeder het naaigerei en zij staan buiten

 

ieder woord verlies van warmte

weegt zwaar ‘niet slecht’

voor goed ‘niet wetend’

in plaats van weet het zeker

 

vraag uit het publiek

maar de liefde dan hoe

doen zij dat met 2 paar

kleren aan

 

de liefde –niet slecht-

speelt zich ’s winters en

in hun ogen af daarom is

iedere eskimo in de korte zomer jarig

Twee burgers

 

de rug is de achterkant

van het lichaam

 

ze wachten

hun schouders zakken

plooien vallen in

de jakken van hun pakken

 

ze praten niet

ze wachten

 

ieder kijkt zijn kant op

een rug is een gezicht

 

 

Stillleven (met echt bloed)

 

de oprechtheid van

de groene plastic beker

met witte stippen

 

de baldadigheid van de

tandenborstel met wijd

uitstaande haren

 

de eerlijke ouderdom

van de half op-

gerolde tube

 

zo

zou ik iedere morgen

willen denken

 

even duidelijk

mijn woorden

als de beweging

 

waarmee ik poets

en poets tot

het tandvlees bloedt

 

 

Uit: J. Bernlef, Hoe wit kijkt een eskimo (1970) 

Bijeenkomst 2:

 

 

 

 

De heilige Rita;  Tommy Wieringa

Bijeenkomst 3:

 

 

Hoor nu mijn stem;  Franca Treur

 

 

 

 

 

Op de bijeenkomsten wordt uitgegaan van een hand-out  met interessante wetenswaardigheden over boek en auteur. De hand-outs worden gratis als bijlage bij de mail aangeleverd en op de site geplaatst. Wie een geprint exemplaar wil, kan dat aangeven door extra € 4,00  te betalen.